Vader van alle managers

De invloed van de vrijdag overleden socioloog Peter Drucker is ongekend groot. De kenniseconomie zag op zijn instigatie het licht en vrijwel alle grote ondernemingen begonnen op zijn gezag te decentraliseren. Een bibliofiel in memoriam van de vader van het moderne management.

Peter Drucker

MANAGEMENT – 1973

Wie de baas hoort zeggen dat het werk naar eigen inzicht kan worden uitgevoerd, heeft dat aan socioloog Peter Drucker te danken. Ook de manager die in minder klare taal de decentralisatie van bevoegdheden bepleit, is schatplichtig aan Drucker, ruim dertig jaar hoogleraar socologie aan de Amerikaanse Claremont Graduate University en de oergoeroe onder de managementgoeroes.

Drucker bepleit in 1946 voor het eerst de taakoverdracht van de hoogste managers naar de medewerkers op de werkvloer. Geïnspireerd door zijn schets van de decentrale gang van zaken bij de autofabrikant General Motors, slaat eerst concurrent Ford en later viervijfde van alle grote ondernemingen aan het decentraliseren.

Drucker werkt zijn ideeën in 1973 verder uit in zijn standaardwerk Management: Tasks, Responsibilities, Practices. Hij beschrijft in het vuistdikke boek niet alleen alle aspecten van decentralisatie, maar ook de kenmerken van prestatiegericht management, de opmars van kenniswerkers en het belang van zelfmanagement.

Deze vier concepten beïnvloeden tot op de dag van vandaag hoe managers managen en hoe werkers werken. Alle beginnende managers zouden eigenlijk een weekje vrij moeten nemen om het standaardwerk te lezen. Het is een spoedcursus bedrijfskunde, die volgens sommige kenners een lange mba-studie overbodig maakt.


EFFECTIVITEIT – 1966

Peter Drucker inspireert en provoceert managers tot meer effectiviteit in zijn bestverkochte en toegankelijkste boek. Hij schetst in De effectieve manager (1966) de taken van de professionele manager, die hij enkele jaren later in zijn eerder genoemde standaardwerk verder zal uitwerken.

Een goede manager formuleert de doelen, organiseert het werk, motiveert mensen, meet prestaties en zorgt dat iedereen zich blijft ontwikkelen. Aldus Drucker. Het klinkt nu vanzelfsprekend. Dat was het niet. Destijds kozen veel leidinggeven nog voor het plan-en-commando-management van de vermaarde mijndirecteur Henri Fayol uit 1916.

Drucker is in het boek streng voor zijn lezers. De gemiddelde manager is een gevangene van de organisatie, analyseert de goeroe. ‘Iedereen kan inbreuk maken op zijn tijd en iedereen doet dat ook.’ De gemiddelde manager is geneigd zich te laten leiden door de dagelijkse gang van zaken. ‘Als hij daar niet welbewust verandering in brengt, bepaalt de loop der gebeurtenissen wat hij doet.’

Iedere manager kan het beste overschakelen van ‘louter druk bezig zijn’ naar ‘werk dat resultaten voortbrengt’. Neem een voorbeeld aan Harry Hopkins. Deze ernstig zieke adviseur van de Amerikaanse president Roosevelt kon slechts een paar uur per dag besteden aan de allerbelangrijkste zaken. Zijn geconcentreerde aandacht maakte hem Lord Root of the Matter, vertelt Drucker: ‘Meester van de kern van de zaak’.


GENERAL MOTORS – 1943

Peter Drucker dankt zijn glanzende carrière aan argwanende werknemers bij de autofabrikant General Motors. Hij wordt in 1943 door de directie gevraagd de praktijk op de werkvloer in kaart te brengen. De ‘spion van de directie’ treft zwijgende medewerkers. Daarop besluit hij hun argwaan weg te nemen met de belofte dat iedereen de informatie kan teruglezen in een boek.

Dat boek The Concept of the Corporation wordt onverwacht een bestseller. Het management van General Motors blijkt zijn tijd ver vooruit. Terwijl de grote concurrent Henry Ford zijn machinebureaucratie op dictoriale wijze leidt, kiest het management van General Motors voor ‘besluiten dicht bij de feiten’. Drucker becijfert dat 95 procent van de bedrijfsbesluiten door lokale managers wordt genomen.

General Motors plukt de vruchten van deze decentrale besluitvorming. Terwijl concurrent Ford veel te lang vasthoudt aan de standaard-T-Ford ‘in iedere kleur zolang het maar zwart is’, bouwt General Motors op advies van de lokale verkopers aan een breed wagenpark met voor iedere beurs een andere auto, variërend van de goedkope Chevrolet tot de dure Cadillac.

Drucker’s schets van de gecoördineerde decentralisatie blijft lezenswaardig, al heeft het in de loop der jaren wel iets van zijn glans verloren. Zijn uitwerking in zijn eerder genoemde standaardwerk uit 1973 maakt zijn debuut uit 1946 tot een minder relevant aanloopje.


KAPITALISME – 1993

Al in zijn debuut The End of Economic Man (1939) is Peter Drucker een kritische beschouwer van het kapitalisme, en overigens ook van het socialisme. De socioloog tracht vele decennia later in zijn boek De post-kapitalistische maatschappij (1993) een derde weg te schetsen, al zijn in het boeiende betoog de vragen belangrijker dan de antwoorden.

Hij voorziet dat de opkomst van de kenniseconomie tot maatschappelijke spanningen kan leiden. Hij maakt zich zorgen over de positie van de niet-kenniswerkers, die bij gebrek aan intellectuele vaardigheden zijn aangewezen op laagbetaalde handarbeid én bij gebrek aan zulk werk op de solidariteit van de kenniswerkers.

Drucker vraagt zich onder meer af hoe bedrijven vorm kunnen geven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, die naar zijn idee groeit in een tijd van terugtredende overheden, leeglopende kerken en versnipperde families.

Ambitieuze economen en sociologen moeten in 2020 hard aan de slag, stelt Drucker. Er is volgens hem dringend behoefte aan een nieuwe versie van ‘Das Kapital’ . Een titel heeft Drucker alvast bedacht: ‘The Knowledge’.


21STE EEUW – 1999

Wie op een regenachtige novemberdag opnieuw door de boeken van Peter Drucker bladert, constateert dat de vader van het moderne management gedurende vele jaren zijn kind niet alleen goed heeft gevoed, maar tegelijkertijd ook beetje bij beetje heeft onterfd.

Zijn eerste concept (decentralisatie van bevoegdheden) beperkt de macht van de centrale managers. Zijn tweede concept (management by objectives) maakt het mogelijk zwakke managers uit hun functie te ontheffen. Zijn derde concept (kenniswerk) doet de macht verder verschuiven van de decentrale managers naar de relatief zelfstandige medewerkers.

Zijn vierde concept reduceert de managers van invloedrijke leiders tot dienstbare regelaars. ‘Zelfmanagement’ heeft de toekomst, voorspelt Drucker in 1999 in zijn boek Managementuitdagingen in de 21ste eeuw. Managers en medewerkers worden in de nieuwe eeuw naar zijn idee gelijkwaardige partners die op de eerste plaats zichzelf moeten managen.

De arbeidsrelaties en gezagsverhoudingen gaan daardoor grondig veranderen, voorspelt de visionair. Bedrijven krijgen volgens Drucker langzaamaan de trekken van vrijwilligersorganisaties, waar de zelfstandige leden elkaar vinden in een collectief doel en elkaar aanspreken op individuele talenten. De vader van alle moderne managers voorspelt dat zich de komende jaren op de werkvloer niet minder dan ‘een revolutie’ zal voltrekken.

Bron: de Volkskrant, Ron van Gelderen


VERHALEN

Pats! De designlamp

Olympische dromen

Bouwen aan de Bijlmer

De eerste kerstboom

OVER

Ron van Gelderen