Olympische dromen

De Olympische Spelen van 2028 komen snel dichterbij. De ambities zijn groot. Evenals de financiële risico’s. Geld voor het olympisch dorp is wellicht snel gevonden, maar wie investeert een half miljard in een overbodig stadion?

Olympisch Stadion Amsterdam

Atletiek in Amsterdam, zeilen bij Medemblik en wielrennen in Limburg: de Amsterdamse wethouder Eric van der Burg heeft de Olympische Spelen van 2028 al aardig op het netvlies. Het olympisch stadion? Op de Amsterdamse Zuidas. Het olympisch dorp? ‘Vanaf het nieuwe olympisch stadion rijd je zo via het nieuwe spoor links naar Haarlemmermeer of rechts naar Almere’, zegt Van der Burg (sport, VVD). Het klinkt alsof de eerste atleten hem zojuist de weg hebben gevraagd. ‘Pas op, hé. Ik zeg niet dat het zo zou moeten. Ik zeg dat het zo zou kunnen.’

Na een periode van bedrieglijke stilte beginnen de Olympische Spelen van 2028 te leven. Vorige week begonnen jonge Amsterdamse ambtenaren de guerrilla-campagne 020 naar 2028; deze week verwoordden bouwers en beleggers hun gedachten over publiek-private spelen (zie kader); en volgende week bespreekt de gemeenteraad van Haarlemmermeer onder andere de bouw van een olympisch dorp. De ambitie van deze groeigemeente is voer voor sceptici, verwacht VVD-wethouder Michel Bezuijen. ‘Megalomaan’, zegt Bezuijen. ‘Dat etiketje is mij vaker opgeplakt, maar dat deert me niet. Een politicus moet groot durven dromen.’

De olympische dromen van de wethouders krijgen over enkele maanden meer reliëf. Dan wordt beslist of Amsterdam of Rotterdam de hoofdrol krijgt in de beoogde spelen. De uitverkoren stad stelt zich mogelijk in 2019 kandidaat, waarna het IOC in 2021 zijn keuze maakt. Het olympisch jaar 2028 is dan akelig dichtbij. Vooral de benodigde infrastructuur vergt tijdige investeringen. Met een doorlooptijd van vaak 10 en soms zelfs 15 jaar wordt het debat over de olympische plannen al snel serieus.

Wie in deze tijd van grote bezuinigingen durft te praten over grote investeringen, is een visionair of een roekeloze durfal. De ambitieuze plannenmakers hebben het economische tij tegen. ‘We hebben genoeg problemen op te lossen’, erkent de Rotterdamse wethouder Antoinette Laan (eveneens VVD). Rotterdam verkeert in financiële nood. Wethouder Laan heeft onlangs al de beoogde lening van 150 miljoen euro voor het nieuwe voetbalstadion De Kuip tot nader orde uitgesteld. De directie van de Tour de France, die vorig jaar in Rotterdam startte, zou vandaag bij haar geen gehoor vinden: ‘Als de tourdirectie nu zou aankloppen, zou ik moeten zeggen: “Helaas, dat gaat niet lukken, we hebben een verplichtingenstop”.’

Het weerhoudt de roeiende wethouder niet van olympische ambities: ‘We kunnen het als stad gewoon aan. De economie zal de komende 17 jaar echt wel weer aantrekken.’ De Olympische Spelen kunnen een aanjager zijn voor investeringen in vastgoed en infrastructuur, verwacht Laan. ‘Ik denk dat we de Rotterdammers kunnen uitleggen dat het veel kost, maar ook veel oplevert. Kijk naar Londen. Daar hebben de Olympische Spelen een enorme boost gegeven.’

De wethouder van VVD-huize blijkt een Keynesiaan: ‘Juist in deze moeilijke tijd van bezuinigingen moet je als bestuurder je nek durven uitstekken. Het is een beetje de Keynes-gedachte dat je als overheid moet investeren om de economie vlot te trekken. We hebben midden jaren ’30 De Kuip ook in tijden van crisis gebouwd. Ik denk dat de olympische ambities Nederland op dezelfde manier in beweging kunnen zetten.’

Daarvoor moet dan wel veel geld worden gevonden. Zelfs de eerste prille dromen kosten miljoenen. In het zicht van de Olympische Spelen gaan ondanks alle bezuinigingen nu al de sportbudgetten omhoog. Wie de spelen wil binnenhalen, moet meer doen aan zowel breedte- als topsport. Het resulteert onder andere in een uitdijende lijst internationale sportevenementen, zoals het WK Turnen (2010), WK Wielrennen (2012), WK Roeien (2014), wellicht voor de tweede maal de Ronde van Spanje (2015), mogelijk het EK Atletiek (2016) en misschien het WK Zwemmen (2019).

Gemor

Rotterdam en Amsterdam investeren deze raadsperiode elk circa 20 miljoen euro extra in sportaccommodatie, sportevenementen en lichamelijke opvoeding. In de hoofdstad leidt de extra sportinspanning tot gemor bij D66. Podiumkunstenaars zouden het geld beter kunnen gebruiken.

‘Laat Rotterdam de sportstad zijn en Amsterdam de cultuurstad’, stellen de hoofdstedelijke D66’ers, die de spelen aan de Rotterdammers gunnen. ‘Stop met olympische dromerij.’ Het tegengeluid komt van meer kanten. Nederlanders zijn sterk verdeeld over de olympische ambities: 40 procent is voor, 35 procent twijfelt en 25 procent is tegen, meldde minister Edith Schippers van VWS na de eerste Draagvlakmeting Olympische Spelen 2028. De argumenten van vooren tegenstanders zijn bekend: het is goed voor de economie, goed voor het Nederlandse imago en bovenal goed voor de sport, wat weer goed is voor onze volksgezondheid. Maar de kosten zijn torenhoog en het nut van sommige investeringen is op z’n minst twijfelachtig.

Niemand steekt miljarden in een sportfeestje dat tussen de openingsceremonie en de laatste dag van de Paralympics slechts 6 weken duurt. De investeringen zijn volgens kenners alleen verantwoord als we tot minstens 2068 van de gerealiseerde gebouwen en wegen kunnen profi teren. Van der Burg: ‘We moeten niet investeren in die paar weken; we moeten investeren in de decennia erna. Het doel van alle inspanningen moet zijn dat je de samenleving verandert met de Olympische Spelen als een mooie bekroning.’

Nederland zal moeten voorkomen dat de prestigieuze spelen van 2028 verkruimelen tot de waardeloze stenen van 2029. Alleen de allergrootste optimist steekt honderden miljoenen in een olympisch stadion met circa 80 duizend tribuneplaatsen. Deze investering van 300 á 600 miljoen euro is voor private partijen geen interessante belegging. Projectontwikkelaars laten nu al weten dat ze het financiële risico te groot achten, omdat zo’n immens stadion na de spelen lastig winstgevend valt te exploiteren. Er zijn na de spelen simpelweg te weinig evenementen die zoveel toeschouwers trekken (zie ook kader ‘Witte olifanten’).

Zelfs rasoptimist Van der Burg heeft geen pasklaar plan voor het beoogde mega-stadion. Over de andere grote investeringen maakt hij zich minder zorgen, zegt hij in staccatostijl: ‘1. Het olympisch dorp. Dat financiert zichzelf. 0ok private partijen willen investeren in woningbouw. 2. Het mediacentrum. Kan worden ondergebracht in de Rai. Die staat er al, zoals u weet. 3. Het olympisch zwembad. Dat is best ingewikkeld, maar in Beijing is het nu een drukbezocht zwembad. 4. Een grote sporthal. Mag geen probleem zijn. Gezien het gebrek aan accommodatie kunnen we zo’n hal ook na de spelen goed gebruiken. En tot slot 5. Het olympisch stadion. Dat is inderdaad veruit de lastigste opgave. Daarover zullen we met z’n allen nog heel goed moeten nadenken.’

Reële kans

Olympische Spelen zonder olympisch stadion: het zou een wereldprimeur zijn die wel past bij Nederland, het land waar budgetten dikwijls worden overschreden en musea jaren te laat opengaan. Toch maakt Nederland volgens kenners een reële kans op de spelen. Een succesvolle kandidatuur vergt doorzettingsvermogen, creativiteit en eigenzinnigheid, zeggen respectievelijk sportbestuurder Jos Geukers, planoloog Jan Hein Boersma en stadiondirecteur Hans Lubberding.

De inleidende schermutselingen stemmen Geukers niet vrolijk. ‘Zolang we nog met elkaar aan het steggelen zijn via welke stad we de spelen naar Nederland halen, doen we onze ambities alleen maar geweld aan’, zegt Geukers, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) en burgemeester van Westervoort. ‘Er wordt in het buitenland met bewondering gekeken naar alle plannen in ontwikkeling, maar die bewondering neemt snel af als er geen vaart in die plannen zit.’

Na de Olympische Spelen van 2000 in Sydney was Geukers een van de mensen die terugkeerden met de vraag hoe Nederland zou kunnen uitgroeien tot een even gedreven sportland als Australië. Na een lange onderzoeksfase bevindt Nederland zich nu tot 2016 in de opbouwfase. ‘Het gaat echt niet voortvarend genoeg’, constateert Geukers. ‘Er zijn hele mooie woorden gesproken, maar er moet nu echt een fl inke schep kolen op het vuur.’

Vooral het Rijk pakt zijns inziens onvoldoende door. Illustratief is volgens hem het gesteggel rond het WK Turnen, dat zijn unie vorig jaar in Rotterdam organiseerde. ‘We kregen alle medewerking van Rotterdam, een mega-sportstad, maar het Rijk speelde stommetje. Alleen met veel onderhandelen en creativiteit hebben we het nog enigszins gered, maar de houding van het Rijk heeft ons bijzonder gedwarsboomd. Als je de olympische ambities wilt waarmaken, dan moeten nu snel alle schouders eronder.’

Een gedegen plan voor de jaren na de spelen is volgens planoloog Jan Hein Boersma de belangrijkste succesfactor voor een geslaagde kandidatuur. Wie het IOC het beste kan overtuigen dat stad en land er na de spelen beter voor staan, haalt de editie van 2028 binnen. ‘Legacy’ (erfenis) is volgens Boersma het kernwoord. ‘Je moet een bescheiden bedrag in de lol investeren. Veruit het meeste geld steek je in de erfenis’, aldus Boersma.

Zijn bureau Nieuwe Gracht bracht op verzoek van sportkoepel NOC*NSF in kaart welke sportaccommodaties nodig zijn. Creativiteit is geboden, constateert Boersma. ‘Je moet heel creatief zijn in het gebruik van bestaande voorzieningen en de creatie van nieuwe, flexibele gebouwen.’ De planoloog adviseert de Nederlandse bestuurders vooral goed rond te kijken in Barcelona en Londen. Barcelona (1992) staat algemeen bekend als de stad met de mooiste olympische erfenis. Ook Londen (2012) lijkt het goed te doen. Daar kiezen ze voor flexibele gebouwen die na de Spelen worden verkleind of zelfs in het geheel worden afgebroken. Zo bouwen de Britten een olympisch stadion voor 80 duizend toeschouwers dat na de spelen van 2012 wordt omgebouwd tot een voetbalstadion voor de 25 duizend toeschouwers van West Ham United. Het is een wonder van technisch vernuft tegen een hoge prijs: pakweg 600 miljoen euro, veel geld voor een stadion van een bescheiden voetbalclub.

Onsje minder

De vraag is gerechtvaardigd of het niet een Hollands onsje minder kan. ‘Olympische Spelen met de menselijke maat’, zegt Hans Lubberding, directeur van het Olympisch Stadion in Amsterdam. ‘Daarmee zou Nederland zich kunnen onderscheiden van de andere kandidaten.’ Lubberding pleit voor eigenzinnigheid: ‘We zouden ook een relatief klein, modern olympisch stadion kunnen bouwen. De technische ontwikkelingen gaan snel.’ De beste tribuneplaats is misschien wel thuis of in de bioscoop. ‘Via allerlei nieuwe media kun je in de toekomst jouw favoriete loper recht in de ogen kijken.’

We moeten oppassen dat we dromen in de beelden van het verleden, waarschuwt Lubberding. Het is de vraag hoeveel mensen in 2028 vanaf de bovenste ring naar sporters gaan zitten turen, terwijl ze de atleten in de nabijgelegen bioscoop als het ware kunnen aanraken. Lubberding: ‘De spelen van 2028 zien er anders uit dan we nu kunnen bevroeden. Het was op de recente spelen groot, groter, grootst. Ik zou Nederland willen adviseren in 2028 te kiezen voor de menselijke maat.’ //


PUBLIEK-PRIVATE SPELEN

Projectontwikkelaars en beleggers zien de Olympische Spelen liever in Amsterdam dan in Rotterdam. De spelen zijn naar hun idee een goede stimulans voor de ontwikkeling van de Amsterdamse Zuidas, de dubbelstad Amsterdam-Almere en de westflank van de Haarlemmermeer, zo blijkt uit onderzoek van adviesbureau Deloitte en de vereniging van gebiedsontwikkelaars Nirov.

Het enthousiasme voor de spelen van 2028 groeit, constateren de auteurs van het rapport PPS: Publiek Private Spelen, dat woensdag in Rotterdam is gepresenteerd. Projectontwikkelaars, beleggingsfondsen en ook woningcorporaties investeren graag in het olympisch dorp en in het gebied rondom het olympisch stadion. Voor het stadion zelf is nauwelijks interesse uit vrees dat het niet rendabel valt te exploiteren. Wel zouden beleggers geld willen steken in de benodigde infrastructuur, mits in navolging van het buitenland wordt gekozen voor spoorrails en tolwegen.

Alle marktpartijen willen graag in een vroeg stadium meedenken over de olympische plannen, maar ze willen pas na de planningsfase meebetalen. De private partijen waarschuwen voor lange procedures en politieke twijfelarij. Ze willen alleen risicodragend participeren als de politiek na korte inspraakrondes onomkeerbare besluiten neemt. Sommige ondervraagden pleiten zelfs voor een speciale ‘olympische wet’ om lange procedures te voorkomen, maar volgens anderen biedt de bestaande Crisis- en herstelwet voldoende mogelijkheden.  


WITTE OLIFANTEN

De miljoeneninvesteringen in het olympisch stadion en het olympisch zwembad behoren tot de grootste financiële risico’s van de spelen van 2028. Het zijn mogelijk ‘witte olifanten’. Zo noemen ze in IOC-kringen peperdure sportaccommodaties die na de spelen meer kosten dan ze opbrengen. Het verhaal gaat dat een dwarse hoveling van de koning van Siam een witte olifant kreeg. Het kostbare geschenk werd enthousiast aanvaard, tot de nieuwe eigenaar ontdekte dat het dure onderhoud hem financieel te gronde richtte.

Een vergelijkbare ervaring heeft Athene, waar sinds de spelen van 2004 veel olympische gebouwen staan te verkommeren. Ook Beijing beleeft sinds de spelen van 2008 weinig plezier aan het veelbesproken Bird’s Nest. Dit olympisch stadion kostte circa 300 miljoen euro. Het staat nu het merendeel van de tijd leeg, terwijl de exploitatiekosten nog altijd 15 miljoen euro per jaar bedragen. 


RUIM TIEN MILJARD EURO

De Olympische Spelen van 2012 kosten de Britten bijna 10,5 miljard euro. Het enorme bedrag valt keurig binnen de begroting, meldde de Olympic Delivery Authority (ODA) trots bij de presentatie van het meest recente jaarverslag. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de Britten de olympische begroting in rap tempo hebben verviervoudigd nadat in 2005 bekend werd dat Londen de spelen daadwerkelijk mocht organiseren.

Bron: Binnenlands Bestuur, Ron van Gelderen


VERHALEN

Pats! De designlamp

Vader van alle managers

Bouwen aan de Bijlmer

De eerste kerstboom

OVER

Ron van Gelderen