Bouwen aan de Bijlmer

Een kwart eeuw stadsvernieuwing heeft de Bijlmer onherkenbaar veranderd. De helft van de hoogbouw is gesloopt. Veel dreven zijn verlaagd. De Bijlmer krijgt de trekken van een gewone stadswijk met een vleugje Vogelaar.

Bijlmerflat Gliphoeve, 1985

“Het is een mooie wijk met al zijn sores”, zegt Paul Salomons. Hij schildert op deze zomerse dag enkele kasten voor zijn kantoor in de Bijlmer. Vrienden waarschuwden hem voor criminaliteit toen hij vorig jaar zijn studio in de plint van flat Kruitberg betrok. “Daar merk ik weinig van. Het is echt een verouderd beeld dat de Bijlmer lang blijft achtervolgen.” Wel stoort hij zich aan het gedrag van sommige buren. “Er wordt hier nog steeds vuilnis van de balkons gegooid.” Voorheen belandde de troep in het plantsoen. Nu op de stoep voor zijn nieuwe studio. “Fout gedrag is ingesleten.”

Wie midden 2009 door de Bijlmer loopt, raakt onherroepelijk onder de indruk van de veranderingen. De helft van de hoogbouw is gesloopt. Circa 6.500 oude flatwoningen maken plaats voor 7.200 nieuwe eengezins- en portiekwoningen. Enkele bekende honingraatflats zijn grondig gerenoveerd. Zelfs de grootste pessimisten beginnen verliefd te raken op de veelbekritiseerde flats. De buurt met de behouden hoogbouw wordt nu het Bijlmermuseum genoemd. Het is volgens vriend en vijand “een stolling van naïef optimisme”.

Vergaderen en verven

De geschiedenis van 25 jaar Bijlmervernieuwing laat zich in enkele trefwoorden samenvatten: vergaderen en verven (1985-1990), vergaderen en beslissen (1990-1992), vergaderen en voorbereiden (1992-1994) en vergaderen en bouwen (1994-2009).

Het begint in 1985. Na een lange dronkenmanstocht staat de Bijlmer aan het ravijn. De criminaliteit is hoog, het imago slecht, de leegstand groter dan ooit. Een kwart van de 13.000 woningen staat leeg. Woningcorporatie Nieuw Amsterdam dreigt bij gebrek aan huurpenningen failliet te gaan. Vrijwel niemand wil in de Bijlmer wonen. De Amsterdamse middenklasse verhuist nog liever naar Almere. De Bijlmer wint alleen nog aan populariteit onder junks, weggejaagd van de Zeedijk die zojuist is schoongeveegd.

Het stadsbestuur en de woningcorporatie zoeken midden jaren tachtig naar een structurele oplossing. In navolging van de beruchte flat Gliphoeve worden ook andere flats opgeknapt. Diverse woningen worden gesplitst, de lange galerijen worden onderbroken en de grijze gevels krijgen een vrolijk kleurtje. En er wordt vergaderd, héél veel vergaderd. “Het is één groot praatcircus”, zegt Evert Verhagen, midden jaren tachtig een jonge stadsvernieuwer in de Bijlmer. De vernieuwing is volgens hem ernstig vertraagd door de vorming van de logge woningcorporatie Nieuw Amsterdam in 1983 en de stadsdeelraad Zuidoost in 1987. “In de Bijlmer moet altijd iedereen overal over meepraten. Al dat geleuter maakt de wijk niet noodzakelijk beter.”

De Bijlmer is nog meer dan andere wijken op rapporten gebouwd. Het duurt tot 1992 voordat de gemeenteraad, het stadsdeel en de woningcorporatie besluiten wat in 1986 voor het eerst is geopperd: een kwart van de flats wordt gesloopt. De Bijlmer kan alleen tot een sociaal veilige wijk worden gesmeed als een deel van de anonieme hoogbouw wordt vervangen door eengezins- en portiekwoningen. Deze visie wordt vastgelegd in het rapport De Bijlmermeer blijft, veranderen (1990) en nader uitgewerkt in het rapport Werk met werk maken (1992).

Liever nieuwbouw

Na negen jaren van woorden volgen in 1994 daden. Eerst begint de renovatie van de flat Hoogoord en later in dat jaar start de sloop van de flat Geinwijk en enkele omringende parkeergarages. Twee jaar later gaat ook de flat Gerenstein tegen de vlakte. De nieuwbouw volgt relatief snel. Tussen 1997 en 1999 trekken de bewoners in hun nieuwe woningen in Nieuw Geinwijk en Nieuw Gerenstein. Juist rond de tijd dat zijn levenswerk wordt afgebroken, ontvangt Bijlmer-ontwerper Siegfried Nassuth een belangrijke oeuvreprijs. In het openbaar houdt hij zich stil. In kleine kring verzucht hij dat hij werkelijk niet begrijpt wat mensen denken te vinden in de nieuwe woningen met “een postzegeltje groen” aan de achterzijde en de auto voor de deur.

Behalve flats en garages wordt ook de Bijlmerdreef afgebroken. Deze hooggelegen weg wordt een gewone laan; de vele viaducten worden gewone kruispunten. Hoewel de sloop van de oude flats de meeste aandacht krijgt, heeft de afbraak van de dreef goed beschouwd de meeste impact op de wijk. Voetgangers mengen zich voortaan met automobilisten. De functionele stad die de stedenbouwkundigen in de jaren zestig bedachten, krijgt de trekken van een Vinex-wijk.

Rond de eeuwwisseling wordt besloten dat nog eens een kwart van de hoogbouw wordt vervangen door nieuwbouw. De afspraken worden vastgelegd in het Finale plan van aanpak (2002). “We wilden een stap verder gaan”, zegt Els Verdonk, vanaf 1994 lid van de stadsdeelraad en sinds 2002 stadsdeelwethouder in Zuidoost. “Wat we in de jaren negentig deden, bleek effectief maar onvoldoende.” En dus is opnieuw de sloophamer en de heimachine besteld. Trots is Verdonk onder meer op de nieuwe buurten Evergreen en Mi Akoma di Color. “De Bijlmer is niet langer een eenheidsworst. Mensen wonen nu in herkenbare buurtjes. Ze ontmoeten elkaar op straat, leren elkaar kennen, organiseren buurtfeestjes. Ik loop er met veel plezier rond. Het is ontzettend mooi geworden.”

Werk in uitvoering

Wie nu van buurt naar buurt loopt, ziet meer werk in uitvoering dan je zou mogen verwachten in een wijk die volgens het Finale plan in 2010 klaar zou moeten zijn. Er wordt in de zomer van 2009 gesloopt bij Egeldonk, gebouwd langs de Bijlmerdreef, bestraat in Evergreen, eindelijk gewerkt aan het winkelcentrum bij Kraaiennest en veel vergaderd over de toekomst van Kleiburg. Er is kortom nog enorm veel werk te doen. De laatste sloopflats gaan volgend jaar tegen de vlakte en de helft van de 7.200 nieuwe woningen wordt de komende jaren opgeleverd. De deadline is dan ook verschoven van 2010 naar 2014.

Stadsvernieuwer Verhagen, die na de Bijlmer de succesvolle transformatie van het Westerpark leidde, meent dat de vernieuwing van de Bijlmer sneller had gekund. Hij ziet in de de wijk beslist mooie dingen gebeuren. “Toch ben ik blij dat ik er destijds ben weggegaan. Ik kan me niet voorstellen dat ik vijftien jaar in die slooprotzooi had moeten wonen in afwachting van betere tijden. Het duurt echt allemaal veel te lang. Het verbaast me dat in al die jaren niemand in het stadsbestuur is opgestaan met de boodschap: jongens, voortmaken nu. Dit loopt uit de klauwen.”

Stadsdeelwethouder Verdonk verwerpt de kritiek: “Achteraf gezien is dat natuurlijk gemakkelijk gezegd. Soms kan het gewoon niet sneller. Ook in de Bijlmer draaien veel partijen aan de knoppen: van politiek tot projectontwikkelaars.” De politiek was evenals de bewoners lange tijd ernstig verdeeld. “We constateerden dat de samenleving minder maakbaar was dan we dachten. Het proces dat daarop volgde, had gewoon zijn tijd nodig. Het duurt even voordat iedereen zijn ongelijk durft te erkennen”, constateert Verdonk. Voorstanders van de oude Bijlmer bleven zich ook binnen de politieke partijen lang roeren. De wethouder herinnert zich een periode van drie maanden waarin avond na avond werd vergaderd. Fouten in de besluitvorming zijn door kritische bewoners aangegrepen voor lange juridische procedures. “Veel gedoetjes”, zegt Verdonk met gevoel voor understatement.

Het is volgens haar naïef te denken dat de Bijlmer sneller had kunnen worden vernieuwd, al begrijpt ze het actuele ongeduld van bewoners over de trage totstandkoming van het nieuwe winkelcentrum bij Kraaiennest en de slepende gesprekken over de flat Kleiburg. “Er zijn absoluut onderdelen die ook ik graag sneller had zien gaan. Wat ik lastig vind, is dat sommige bewoners de bouwput gedurende lange tijd bijna letterlijk om hun flat zien trekken. Voor die mensen moeten we ons stinkende best doen zo snel mogelijk te werken.”

Lanen van Berlage

De vernieuwing mag dan trager verlopen dan menigeen wil, de resultaten zijn beslist bemoedigend. De drugsoverlast ligt sinds 2003 op het niveau van heel Amsterdam, blijkt uit de Bijlmermonitor die onderzoekers begin 2009 in opdracht van het stadsdeel publiceerden. Verslaafden zwerven niet langer in groten getale over straat. Het aantal aangiftes van strafbare feiten is sterk gedaald. Niet dat overal de zon schijnt. De Bijlmer is twee jaar geleden door de toenmalige minister Ella Vogelaar opgenomen in haar lijstje van veertig ‘krachtwijken’. Het Amsterdamse gemeentebestuur wijst binnen de Bijlmer drie buurten aan waar de problemen “het scherpst, schrijnendst en meest chronisch zijn”, te weten de E-buurt, G-buurt en K-buurt. De werkloosheid is daar hoger dan elders en de criminaliteit hardnekkiger.

Ondanks zulke tegenslag begint volgens de Bijlmer-bestuurders het glas meer dan half vol te raken. Een begin van groter elan lijkt de laatste tijd te ontstaan. De Bijlmer moest jarenlang “een gemiddelde Amsterdamse woonwijk” worden, nu wordt gedacht aan “een meer dan gemiddelde wijk”. De nieuwe lanen die de kilometerslange dreven vervangen, worden al vergeleken met die van Berlage. Bewoners blijven langer wonen in de wijk. De samenstelling van de buurt verandert. 70% van de nieuwbouw bestaat uit koopwoningen. De Bijlmer is de eerste Amsterdamse wijk waar een zwarte middenklasse ontstaat.

Nieuwkomer Paul Salomons, die vandaag op de stoep zijn kasten schildert, blijkt architect. Aan de muur van zijn kantoor hangt zijn opvallende ontwerp voor een torenhoge flat plus drive-in-woningen aan de nabijgelegen Karspeldreef. De eerste paal laat lang op zich wachten. Als het economisch tij meezit, wordt deze in de loop van september geslagen. Salomons: “Natuurlijk verander je de Bijlmer niet van vandaag op morgen. Er moet nog veel gebeuren.” Het mag wat hem betreft best nog iets ambitieuzer: “Dan rijd je bijvoorbeeld over een nieuwe laan die plots overloopt in een oude dreef. ‘Tja’, is dan het flauwe excuus, ‘we hadden even geen geld meer voor een bruggetje’. Geen geld voor een bruggetje? Dat is wel heel klein gedacht. Jammer, vind ik dat.” //


Eenvormige hoogbouw

PRETTIG OORD

De dogmatische idealist Siegfried Nassuth en zijn collega’s van de dienst Stadsontwikkeling ontwerpen midden jaren zestig de Bijmer. Ze volgen de principes van de functionele stad van de Zwitserse architect Le Corbusier. Wonen, werken, reizen en recreëren worden in de wijk strikt gescheiden. De Bijlmer krijgt vorm zonder oog voor de bezwaren tegen de eenvormige hoogbouw die liefst 92% van het plan beslaat. Kritiek wordt weggewoven. De wijk wordt “het prettigste woonoord dat zich laat denken”, zegt burgemeester Van Hall, die in december 1966 de eerste paal slaat.

Al snel ontstaan echter de eerste problemen. De flats zijn slecht opgeleverd. De huren zijn hoog, deels door de half lege parkeergarages. De gemeenschappelijke binnenstraten in de flats blijven doods, doordat het budget voor de beoogde activiteiten is wegbezuinigd. De eerste metro begint pas in 1977 te rijden. Teleurgesteld trekken gegoede bewoners weer weg uit de wijk. De leeggekomen flats worden ingenomen door starters en migranten die geen andere keuze hebben.

Van Hall noch Nassuth voorzag in de jaren zestig de komst van zulke groepen. Zoals de stedenbouwkundige in zijn werk überhaupt weinig oog had voor de diversiteit van de menselijke soort. Toen een architect op aandringen van een jonge ambtenaar een extra venster in een hoekwoning tekende, werd dat op last van een woedende Nassuth weer weg gegumd. In zijn wijk was geen plaats voor extraatjes voor een enkeling. In zijn wijk was ieder mens gelijk.

Bron: Ons Amsterdam, Ron van Gelderen


VERHALEN

Pats! De designlamp

Olympische dromen

Vader van alle managers

De eerste kerstboom

OVER

Ron van Gelderen